fredenanneke-in-azie.reismee.nl

11 Bangkok

Om 9 uur zou er vervoer voor ons klaar staan, dus wij zijn ruim op tijd in de lobby. Onze chauffeur is gisteren al op het eiland gearriveerd en wil eigenlijk zo vlot mogelijk weg, nu is de ferry nog te halen en anders moeten we een uur wachten. Ons agentschap heeft in zijn reis blijkbaar dit gegeven niet meegenomen.

De chauffeur is familie van Verstappen en we komen inderdaad nog op tijd voor de ferry. Daarna op weg richting Bangkok.

Iets waar men hier in Thailand ook dol op is, zijn de verkeers- of persoonscontroles, we hebben dat nu al enkele malen meegemaakt in de twee verplaatsingen. Zo'n controle begint met een file, daarna een chauffeur die je dan pas wijst op de verplichting van een autogordel, dan wat Thais in uniform die naar binnen gluren, paspoorten willen zien en zo af en toe ook de auto aan de kant dirigeren en een indringend gesprek hebben met de man achter het stuur.

Men is hier trouwens toch dol op uniformen, je hebt ze te kust en te keur, zijn speciale shops voor. Parkeer en ander wachten, politie, leger, hulpverleners allemaal in een uniform met veel insignes en andere tekenen van importantie. Je waant je bijna in de een of andere totalitaire staat. Ook de verering voor het koningshuis is duidelijk te zien. Grote billboard met de nieuwe koning en de koningin, tezamen of apart, kleine monumentjes met een foto van de monarch, kaarsjes, wierook en bloemen. Het verschil tussen god en monarch is dun.

Bangkok slaapt nooit, we zitten in bekend gebied, schuin tegenover een café wat we vijf jaar geleden ontdekt hebben, Cozy house, goed van eten en bierdrinken. Men heeft voor beiden een uitgelezen kaart. Bieren zowel Thais als de betere bieren uit de rest van de wereld. We zitten daar meteen goed mee, want het hotel zelf blijkt een halal instelling, geen varkensvlees, wel hoofddoekjes achter de balie en in de bediening. En o ja, alcohol wordt er dus niet geserveerd in het hotel..

Voor de rest geen enkel fout woord, want de kamers zijn ruim, schoon en stil, er zijn twee zwembaden, het ontbijtbuffet is goed en ze hebben een koffiezet apparaat met echte bonen, weer eens koffie zoals we dat gewend zijn. De laatste hotels waren wat koffie betreft een terra incognito, maar deze staat weer echt op de kaart. Kortom wat relaxen, zwemmen biertje en dan is het alweer tijd voor het avondeten. Dagen vliegen echt voorbij, vanmorgen wakker worden op een eiland en nu midden in Bangkok.

We gaan maar even richting de Khao San, daar in de buurt hadden we goede ervaringen met een restaurant. Dat woord wordt in het algemeen gebruikt voor een min of meer formele instelling, ergens in een gebouw, met een inrichting die bedoeld is om daar een lunch of diner tot je te nemen. Restaurant hier is een stuk stoep waarop een uitstalling van wrakke tafeltjes en plastic stoeltjes geland is, daarbij een karretje waarin allerlei kooktoestellen verborgen zijn EN als het goed is een hele lading Thaise en andere mensen die daar een curry, noodle of ander gerecht zitten te verorberen.

We hebben geluk, het "restaurant" bestaat nog steeds. En de drukte lijkt onverminderd. Na deze heerlijkheden wil Anneke toch nog even de Khao San op. Wat een heksenketel. Bier, tattoos, souvenirs, dames en heren te huur en stalletjes met eetbare insecten en dan vooral de enge spinnen en schorpioenen. Staat allemaal ver af van wat ik als Thailand zie, maar het hoort er toch degelijk wel bij. We laten dit snel achter ons. Het begint bedtijd te worden.


Ontbijt was uitstekend, er zijn zelfs aardappeltjes. Die hebben we bijna 5 weken niet meer geproefd. En natuurlijk knappe koffie. Dit is een goede start van de dag. Doel is de Wat Arun, de vorige keer stond dat ding in de steigers, en was derhalve niet tegen bezoeken.

In Bangkok kan je het beste de waterbus nemen. Langs de rivier liggen op diverse plekken opstap punten, deze zijn getooid met een naam, nummer en een of meerder gekleurde vlaggen. De naam is onuitspreekbaar en derhalve ook ononthoudbaar. Het nummer snappen we en de kleur geeft aan welke boot hier stopt. Er zijn dus boemeltjes en intercity’s om het maar even naar de NS te vertalen. Voor 15 bath stap je in en uit op welke plek dan ook. Lekker simpel systeem, voor dat geld kan je geen tuktuk of taxi laten rijden. Enige is je moet even richting rivier lopen.

De Wat is als geheel een indrukwekkend geheel, al die gedecoreerde torens. De decoratie op de torens zelf vond ik wat grof, stukjes keramiek en gekleurd dan wel spiegelend glas in een witte mortel gezet. Wel een verschil met andere tempels die we gezien hebben. Maar nogmaals als geheel en met de symmetrie doen het zijn ding en imponeert best wel. Om wat meer van het Thaise te leren gaan we hierna naar het Siam-museum. Van harte aan te bevelen. Een erg duidelijke expositie, niet overvol, goede audioguides, heerlijk personeel en last but not least een duidelijk thema wat ook vastgehouden wordt: "Wat vormde de huidige Thai". Heerlijk om daar enkele uren in rond te dwalen. Daarna nog wat in de omgeving gedwaald, grote hal met papier en plastic, alles wordt handmatig gesorteerd en gerecycled, grote hal met bloemen, hier worden alle bloemensnoeren en versieringen, die je bij allerlei monumentjes ziet, gemaakt en in bulk verkocht. In de omgeving winkels die nep geld, goudpapier en wierook verkopen. Gisteren in het museum geleerd dat Thais van huis uit alles aanbidden en vereren. Alles wat verwondering, verbazing of ontzag inboezemt is hier onderwerp voor. Verklaart het onnoemelijke aantal aan monumenten, altaren en tempels, klein en groot. Van de Wat Arun tot een foto die op een boom of zelfs muur geplakt is, overal branden kaarsjes voor, walmen wierookstokjes en zit een pak nep geld tegenaan geplakt.

We dwalen rustig terug richting hotel. De omgeving is daar in vergelijking met vijf jaar geleden iets veranderd. Waren toen nog relatief saaie straten, nu zijn de straatjes het toneel van de bekende Bangkok pop-up restaurants. Een staat zelfs redelijk hoog in de tripadvisor ranking. Zo dicht naast het hotel, twee keer struikelen en je bent er zegt maar, moeten we dus meemaken.

Het opnemen van de bestelling mogen we daar zelf doen, je krijgt een stuk papier, schrijft op wat je wilt eten en drinken, papier gaat naar de regelmama en het spel is op de wagen. In de keuken 3 tot 4 man. Een is verantwoordelijk voor het in hapklare brokken hakken en snijden van de verschillende onderdelen van je gerecht, een ander is bezig met de aanmaak van verse noedels, rijst en andere bij producten, en de ster van de avond houdt zich bezig met het afronden en op smaak brengen van de gerechten. Hij heeft een duidelijk zichtbare wok brander waar een beschermd stuk glas tegen aanzit. Op regelmatige basis vliegt zijn wok in de brand waarop het, duidelijk geconditioneerde, publiek ah en oh roept en begint te applaudisseren. Leuk om even te zien, maar het gebbetje is daar wel snel af. Wat leuk blijft om te observeren is de samenwerking tussen de mannen. De gerechten vliegen er echt uit en eerlijk is eerlijk, ze verdienen hun ranking wat mij betreft ook echt wel. Afrekenen wordt door de regelmama gedaan, je mag dus niet zelf de prijzen erachter zetten en optellen. Delegeren is goed, maar ook daar zijn grenzen aan.

Volgende dag is een lummel dag, wat zwemmen, wat lezen, wat luieren en tegen de middag richting Chinatown, we gaan met Co fietsen door nachtelijk Bangkok. Dwalen van te voren wat door Chinatown en stuiten bij de rivier op een grote schuuroverkapping waar rustige muziek uit vandaan komt. Ik kan me dan niet inhouden en steek mijn hoofd om de hoek. Een grote chill-plek, (hang)matten, typische jaren 50 stoelen, denk aan Gispen type 101, meubel met pick-up en veel Lp’s.

Blijkt een plek te zijn die nergens vermeld wordt, maar waar je uitstekende cocktails en eten kan bekomen. De eigenaar een 50 jarige man uit Wenen wil hier met gelijkgestemden kunnen vertoeven en wil daarom niet op de google en tripadvisor voorkomen. Zijn etablissement heeft geen naam. Wat mij betreft krijgt hij deze wel. Perfecte rustige omgeving in het hectische Bangkok.

Hierna de tocht door nachtelijk Bangkok. Is wel leuk, maar ook donker zoals de naam van de tocht al deed vermoeden. Je rijdt een groot gedeelte door donkere achterbuurten, regelmatig duik je dan opeens een hel verlichte straat op, de tegenstelling tussen de ingetogenheid van de achterbuurt en de schreeuwende neon is erg groot, we gaan langs tempels, over de weg langs de Koninklijke paleizen, zien de verlichte skyline, zowel van de ene als de andere kant van de rivier, steken de rivier tweemaal over met een pontje, stoppen bij kleine winkeltjes voor water eten wat Street food, kortom een goed gevulde tocht.

We duiken voor de laatste keer ons bed in. Morgen gaan we weer terug naar PA-land.

Maar voordat we doen slapen we eerst uit, pakken de koffers om, relaxen nog wat en melden ons omstreeks halftwaalf bij de balie. De rekening wordt opgemaakt, we kunnen de bagage in bewaring geven en dan hebben we nog twee dingen te doen.

We hadden ons regelmatig een massage beloofd, maar vanwege een redelijke sunburn is dit enige tijd niet mogelijk geweest.

Voordat we de reis naar Nederland aanvangen laten we eerst heerlijk in de olie zetten bij een massagesalon tegenover het hotel. De dames maken er werk van en na ruim een uur staan we verkwikt weer buiten. Dan nog een lunch en biertje in Cozy House en daarna noemen we dit weer een erg geslaagde vakantie.

Het vervoer staat weer ruim op tijd klaar, de vluchten gaan voortreffelijk en zo'n 34 uur later stappen we ons kikkerlandje weer in.


Normaal gesproken regelden we de vakanties zelf of gingen met een groepsreis mee. Dit keer hebben we de reis via een bureau laten regelen. Dit is in dit geval uitstekend bevallen, redelijk tot goede hotels, luxe privé vervoer van locatie tot locatie, goede excursie in kleine groepjes. Kan zomaar zijn dat we dit nog wel eens zo aanvliegen


10 Ko Chang

De reis is regelmatig ook de vakantie, voor de trip vanuit Siem Reap naar Ko Chang geldt dat niet helemaal. Een ervaring is het echter weer wel.

Om te beginnen komt het vervoer niet opdagen, we zouden om zes uur vertrekken, maar geen auto dus. Hotel gaat bellen met de agent. Blijkt dat die de auto pas om 8:30 ingepland staat. Na wat touwtrekwerk komt het goed en gaan we met een beetje vertraging weg.

Wat meespeelt, is dat we niet weten hoe het bij de grens zal gaan of hoe vaak de ferry op Ko Chang vaart.

Cambodja is voornamelijk vlak, althans het deel waar wij nu doorheen geleid worden. Soort van dijk waar een weg overheen gaat en daarnaast lager gelegen gronden. Regelmatig zie je stukken grond opgehoogd tot weg niveau, daar zal dan ergens in de nabije toekomst een bedrijfje o.i.d. komen, huizen in de lager gelegen delen staan ook op palen. Men is hier op een zondvloed voorbereid. Heel af en toe een bergachtig iets in de verte. En ook weer veel dorpjes, stadjes, nijverheid die zich langs de weg ontwikkeld. Het landschap glijdt langs en na enig moment staan we midden in een stad bij de grens.

Deze grens is amper te herkennen, ware het niet dat de bedrijvigheid iets hoger is. Stempel halen in ruil voor een foto en vingerafdrukken en dan zijn we formeel Cambodja uit. Dit ging eigenlijk erg eenvoudig. Nu nog Thailand in zien te komen, maar waar moet dat gebeuren? We drijven met de massa mee en op enig moment horen we een stem die vraagt of wij party Vonk zijn. Onze begeleider richting Thailand, er komt wat meer structuur in, we mogen een loket overslaan want ons visum is gratis, formulier invullen en dan met een roltrap omhoog, deur door en daar ontrafelt zich een tafereel wat je op hoogtijdagen in de Efteling mag mee maken. Een ruimte gevuld met mensen die via een met linten afgezet slingerend, traject bij een eindbaas probeert te komen. De eindbaas in deze is een loket waar het Thaise visum afgegeven wordt. Lang verhaal kort, na zo'n anderhalf uur zijn wij eindelijk bij de eindbaas en het enige wat deze doet is een stempel en een datum in ons paspoort zetten. Niets geen exotische stickers, veelkleurige stempels, neen een eenvoudig stempeltje met een datum. Na deze anticlimax worden we door ons opeens weer opduikende begeleider voorgesteld aan een Thaise dame die ons richting auto zal begeleiden. Ook hier weer wachten, want of de auto, of de chauffeur of de andere passagier is er nog niet. Ook hier komt een moment dat alles bij elkaar komt en zo vertrekken we vanuit Poipet richting ferry. Onze extra passagier blijkt de "president-commissaris van de vervoersmaatschappij" te zijn. Oud dametje, spreekt geen woord Engels, praat wat Thais met de chauffeur en valt vervolgens voor in de auto in slaap. Halverwege de reis stapt ze uit en de chauffeur fleurt helemaal op. Probeert ons zelfs een en ander te vertellen, maar dat gaat zoals zoveel "lost in translation". Niet iedereen spreekt voldoende Engels, uitspraak is lang niet altijd wat wij bij Engels verwachten, soms kan je iets met steekwoorden, maar meestal is het een raadspelletje.

Op tijd bij de ferry, want die gaat blijkbaar ieder uur. Ferry is een soort roll-on-roll-off niet echt groter dan pontje Driehuis, maar wel de zee op. Drie kwartier dobberen en dan zetten we voet aan land op Ko Chang.

Dit is een erg groen eiland, een groot stuk met oerwoud overwoekert stuk rots van zo'n 30 km lang en 13 km breed. Er is een weg die bijna gehele eiland omsluit maar net niet, en dat is dan ook eigenlijk de enige doorgaande weg. Rondrijden gaat dus niet, de weg bevat diverse colletjes van de 1e categorie, haarspeldbochten en verraderlijke gaten. Er rijden hier taxi's rond, nou ja taxi’s, eigenlijk rokende pick-up trucks met zitjes en een huif op de laadbak. De passagiers betalen gestandaardiseerde bedragen van strand 1 naar strand 2 etc.

Deze stranden hebben namen als White Sand Beach tot Lonely Beach. Het is relatief rustig, zeker als je het met Saigon vergelijkt, maar volgens ingewijden is het momenteel laagseizoen.

Over Ko Chang kan ik kort zijn, eigenlijk een lange straat met slaap, vreet en zuip werk, massage, wasserij en tattoo shops en natuurlijk de zeven-elevens en daarnaast nog meer onnoembare andere op toeristen gerichte zooi.

Maar we komen hier om wat te relaxen en wat duikjes te maken. En ook dat lukt hier wonderwel. In totaal 6 duiken gemaakt, twee dagen aan een zwembad geluierd, een redelijke hoeveelheid parasolletjes soldaat gemaakt. Eigenlijk heeft het wel wat dat alles op de toerist is afgestemd. Maar je begint na een tijdje toch weer te verlangen naar een omgeving die wat meer te bieden heeft.

Duiken was wel erg leuk, je komt er allerlei mensen door tegen. Je hebt een gezamenlijk iets en contacten worden eenvoudig gelegd. Vijf dagen Ko Chang waren echter wat mij betreft lang genoeg en dan is het hier momenteel geeneens hoogseizoen. Het is niet het soort Thailand waar ik voor op vakantie ben.

s ‘Morgens vind je al handdoeken op ligbedden bij een zwembad, het continue gezeur aan je hoofd door handelaren of om je de een of andere tent in te praten. Het komt wat sleets over, het eiland heeft zijn ziel verloren aan de commercie en grootschalige toerisme.

Onze reis zit er bijna op, nog enkele dagen Bangkok en dan weer terug naar Nederland.


9 Siem Reap

Morgen vertrekken we alweer uit Cambodja richting Ko Chang.

We zijn dan 2 dagen/3 nachten in Phnom Penh geweest en de laatste 3 dagen/4 nachten in Siem Reap

De reis naar Siem Reap was per bus, rit van ruim 6 uur, waarbij de eerlijkheid eist de drie stops, totaal een uur, mee te rekenen. Het is op zich best comfortabel reizen, voldoende beenruimte, airco en zelfs WiFi, maar dat alles wordt al snel teniet gedaan als er enkele jankende en jengelde kinderen meereizen op 2 banken achter je. Ook een verschijnsel van reizen, Alhoewel ik niet inzie waarom je kinderen onder de 4 vanuit UK meezeult naar dit soort landen.

In SR krijgen we te horen dat het hotel overboekt is en dat we in een dependance ondergebracht worden. Nu kan dat best goed zijn, maar de bouwput met bijbehorende geluiden naast het hotel geven ons in eerste instantie toch wel even mixed feeling. Uiteindelijk blijkt er met de huisvesting niets mis te zijn, alleen de ligging is wat buiten het centrum. Mooie ruime kamer en een uitstekend zwembad. Tel uit je zegeningen.

SR zelf heeft naast wat markten, tempels en veel kroegen niet veel te bieden. De ware attractie ligt buiten de stad, een gigantisch complex van Khmer bouwkunst, ook wel bekend als Angkor Wat, hoewel dat slecht een van de vele tempels is.

We boeken een tuk-tuk om gedurende twee dagen deze tempels te bekijken. Driver Jack zal ons de eerste dag langs het kleine rondje en dag twee langs het grote rondje vervoeren, de verste tempel ligt ruim 35 km ver.

Wat valt er over deze tempels te vertellen? Aan de ene kant heel veel en aan de andere kant bitter weinig. Je moet het ervaren. Dat ervaren doe je met nog honderden andere, voornamelijk chinezen. Het blijk uiterst moeilijk foto’s te maken zonder dat daar mensen op staan. Chinezen zijn gek op selfies en staan overal te poseren, waarbij ze dan een V-teken maken met een of twee handen.  De tempels zelf zijn grote bergen bewerkte stenen, hier en daar staan ze zelfs in een geordende manier op elkaar en vormen zo een gebouw, op andere plekken is de samenhang echt helemaal weg. Deze tempels zijn tot de 15e\16e eeuw nog gebruikt maar daarna nam de natuur het over. Bomen groeien zo hier en daar dwars door gebouwen. Het is duidelijk dat dit complex een aardige tijd geen onderhoudscontract gehad heeft. De natuur, aardverschuivingen, oorlogen en diefstal van beelden hebben het complex danig aangetast.

Begin 20e eeuw werd het "herontdekt" en sindsdien probeert men de aftakeling tegen te gaan en zo hier en daar zelfs te keren. Maar het is echt indrukwekkend, iedere steen is bewerkt, torens hebben gezichten, een van de tempels had er 49, waarbij iedere toren 4 gezichten uitgehouwen had. Er zijn tempels met grijze zandsteen, maar ook met een mooie rode soort.

Uiteindelijk gaat het allemaal op elkaar lijken, ergo je moet het gewoon ervaren. We rijden per dag een tempel of vier af, lopen daar afhankelijk van de grootte, de drukte en de temperatuur enige tijd rond, maken een extreem aantal foto's, maar gaan af en toe ook uit de drukte gewoon even zitten om de omgeving op ons in te laten werken.

Om de tempels heen is er natuurlijk een hele industrie gegroeid, tuk-tuks die tegen gestandaardiseerde prijzen per dag te huren zijn, mensen die je per se een zijden shawl willen verkopen, orkesten met oorlogsgewonden die voor een stemmige ambiance zorgen, gidsen in de meest gangbare talen, stalletjes met eten en drinken en diverse restaurants.

En dit alles gaat voor een luttele 30 dollar per dag. Hiervan worden de herstelwerkzaamheden en de salarissen van de directeuren bekostigd. Je ziet wel wat restauratiewerkzaamheden, maar die worden in bijna alle gevallen betaald door een buitenland. Wat wel goed geregeld is, zijn de toiletten, in de buurt van de grote tempels, proper en op vertoon van je toegangskaart gratis. Zo krijg je nog eens waar voor je geld.

Onderweg op de grote ronde komen we een landmijn museum tegen. We stoppen hier om even wat anders te zien.

Het is een erg aangrijpend geheel. We treffen het net dat we met een groep Amerikaanse scholieren in een rondleiding terecht komen. De gids, een Amerikaan heeft hands on ervaring van twee kanten, als luitenant in het leger en nu als een van de drijvend krachten achter het ontmijning programma. Men hoopt over zo'n 40 jaar het land mijn vrij te hebben.

Het is onwijs om te zien hoeveel oorlogstuig in Cambodja gedropt is, er vallen nog jaarlijks een kleine honderd doden en nog meer gewonden door nog niet onschadelijk gemaakt tuig.

Ze vangen in dit centrum ook gewonde kinderen op en proberen deze een betere toekomst te geven. Daarnaast stichten ze scholen in allerlei afgelegen dorpen, enkele van die dorpen zijn gedurende een deel van het jaar eigenlijk niet te bereiken vanwege slechte wegen en regenval.

Het wordt door vrijwilligers gerund, van de entreeprijs van 5 dollar gaat er een deel naar het ontmijnen, een deel naar de opvang en een deel naar de scholenbouw. Men heeft hier geen directeuren, maar wel duidelijke resultaten.

Na twee dagen tempels bekijken al sjokkend in de hitte en hotsen botsen in een tuk-tuk zijn we dit wel zat en wijden de laatste dag aan SR zelf.

Leuke markt, maar dezelfde waren als overal, mooie pagode, maar dezelfde soort Boeddha's, veel horeca, maar het is overdag en de pubcrawls zijn in de nacht. Zoals gezegd morgen naar Ko Chang in Thailand, een autorit van 350 km en dan met de boot over, dus de rest van de dag brengen wij lezend en met parasolletjes door aan de rand van het zwembad. Oh ja, SR heeft in ieder geval 2 kleine brouwerijtjes, een van een Yank en een van een Chinees. Ook er aangenaam om zomaar te zeggen.

Wat kunnen we van Cambodja zeggen. Het is een land waar de oorlog pas 25 jaar geleden gestopt is en wat pas sinds 2003 een beetje stabiel is. Voor die tijd ging het gebukt onder oorlogen of Amerikaans sanctiebeleid. Het land is groen, de mensen hebben niet de aanpakken mentaliteit zoals de Vietnamezen. Heersende klasse zijn voor een groot deel nog oud Rode Khmer kader die continue naar achteren kijken. Onderwijs zal hier nog opgezet moeten worden, je ziet heel veel particuliere scholen. Het komt er wel, maar heeft nog een hele weg te gaan.

8 Phnom Penh

Volgende stop in dit avontuur wordt Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Om daar te komen eindigde de reis in Vietnam in Cau Doc, in een wat verloren glorie hotel. Niet slecht, maar ietwat verlopen. De wekker staat weer ingesteld en om 5:45 kloppen we op de restaurant deur. Hier is men nog bezig om alles voor te bereiden. Achter de balie rijst iemand omhoog van een camping bedje. Het hotel ontwaakt in zijn eigen tempo.

Na het ontbijt in een aparte fietsriksja richting boot, want de transitie van Vietnam naar Cambodja gaat per boot over de Mekong. Boot is er een van het type speed, gaan een 60-tal mensen op. Trouwens, ook fietsen, maar die mogen op het boven dek gebonden worden. Deze trip is in het begin wel leuk, maat op een gegeven ogenblik heb je het oevergedoe wel gezien. Kleine lichtpuntjes in de reis zijn de grensovergangen. Die van Vietnam is een aardige poging om er een drijvend geheel van te maken. Er was van alles aanwezig, bagagescanners, medische faciliteiten, wat Wc’s en een wachtkamer. De tand des tijds en het volledig gebrek aan onderhoud hebben echter hun tol geëist. Wat er wel in iedere kamer staat zijn bedden, de ambtenaren benutten hun tijd erg goed. Hier hebben we een uitreis stempel nodig, dit om problemen bij de volgende grens te voorkomen. Deze ligt op enkele minuten varen verder. De Cambodjanen hebben er echt zin in. Een kleine compound, diverse gebouwtjes, tempeltje, diverse beelden van goden en een kantoor waar het visum uitgereikt gaat worden. Maar dat gaat niet zomaar. Eerst worden alle paspoorten bekeken alsof de houders ervan op een lijst van internationaal gezochte misdadiger zouden kunnen voorkomen. Als dat niet het geval blijkt, komt er een plakplaatje in en mag je naar het stempelkantoor, alwaar je wederom in de rij mag gaan staan om een stempel en wat bijbehorende krabbels in je reisbescheiden te krijgen.

En daarna is het weer oeverloos kijken naar de overgang tussen rivier en vaste grond. Het is niet raar dat iedereen op een gegeven ogenblik besluit om dat uitzicht te verruilen voor dat van de binnenkant van hun oogleden.

Maar op zeker moment, zo'n 5 uur later komt de highrise van Phnom Penh in zicht.

Alhier staat er een dametje met het tekstbord met daarop mijn volledige doopceel: Fredericus Petrus Maria Vonk. Duidelijk ons contact en vervoer naar het hotel. Hotel ligt wat buiten het echte uitgaansgebied en lopen is hier niet aan te raden. Er zijn veel meer auto’s en een myriade aan tuktuks in diverse vormen. Tel daarbij op de hitte, het eigenlijk ontbreken van een knap trottoir en de luchtvervuiling en dan word je al snel verstandig en neemt een tuktuk.

Wij zijn echter hardleers en lopen de eerste avond richting een beergarden. We komen er bezweet aan, nemen een biertje, wat te eten en het besluit om ons vanaf nu te laten vervoeren.

Dag 2 is een dag om de stad wat te verkennen, we gaan richting koninklijk paleis. Cambodja is een constitutionele monarchie. Dat koningshuis is zo fout als de pest geweest, maar wordt nog steeds als een soort van god aanbeden. Het blijkt ook uit de paleizen, alles goud en pracht en praal. Draagkoetsen, zitjes voor op een olifant, ligbedden, alleen het beste is goed genoeg. Maar foto’s van die pracht en praal wordt niet overal op prijs gesteld, als we het toch proberen wordt er met een oversized tafeltennisbat op en voor de camera geslagen. Het rare is overigens dat al de olijfkleurige mensjes foto’s maken met een telefoon en dat mag dan weer wel lijkt het. Raar.

Daarna naar de markt, een meer volks iets, een stuk overdekt, met allerlei blingbling, want met houdt hier wel van wat goud, zilver en duur ogende horloges. Om het gebouw groente, fruit en vers vlees. Het is af en toe echt vers, want de van de kikkers wordt ter plekke de kop er afgeknipt en het velletje verwijderd. De kikkers liggen nog een tijdje te stuiptrekken. Grote vissen mogen in een bak water blijven tot ze van eigenaar veranderen. De koop wordt afgemaakt met een ferme klap op hun kop en vervolgens worden ze schoongemaakt.

De Wat Phnom is een tempel die op een heuveltje ligt. Het is zondag, een vrije dag en het wemelt van de mensen die hier komen bidden. Nu ziet dat er hier iets anders uit dan bij de gereformeerden in Holland. Er wordt wierook gekocht, aangestoken en voor/boven het hoofd gehouden, dan wordt er gebogen, geknield en gepreveld. Daarna worden de stokjes bij de een of andere god neergezet. Hier zie je een duidelijk verschil tussen oudere en jongeren. De jongeren prikken ze allemaal tegelijk in een pot met aarde, de oudere zie je dat heel bewust per stokje doen. Leeftijd komt met herinneringen aan mensen die er niet meer zijn denk ik dan.

Naast deze tempel nog een, maar het offeren gaat daar grofstoffelijker, men neemt fruit, sigaretten en fakegeld mee voor de ene afdeling en in de andere afdeling staan stenen beesten die stukken vlees aangeboden krijgen en waarop eieren kapotgeslagen worden. Deze beesten staan overigens wel in de buitenlucht. Het offeren wordt begeleid door een monnik die alle verpakkingen daarna in een vuilverbranding naast de beelden gooit. Gaat zo af en toe ook namaak goud en geld in. Zal dus wel geen vuilverbranding genoemd mogen worden, maar offervuur.

Hierna zijn we de drukte en warmte wel even zat en besluiten de rest van de dag door te brengen bij het zwembad, waarbij we enkele parasolletjes aan ons zelf offeren, het is tenslotte Happy Hours vandaag.

Voor de laatste dag in Phnom Penh gaan we naar S21 en de Killing Fields. Ene Pol Pot had een droom over een heel andere gemeenschap. Een waarbij de Khmer-waarden voorop stond. Hij wist daar diverse anderen in te interesseren en richtte zo de Rode Khmer op. Eerst een marginaal clubje, maar nadat de Amerikanen Cambodja helemaal platgebombardeerd had, kreeg hij meer aanhang. Hij nam het land over, besloot dat alle moderniteiten afgelopen moesten zijn, en deporteerde alle steden naar het platteland. Om op voorhand opstanden tegen te gaan werd iedereen waarvan hij dacht dat ze zelfstandig konden denken opgepakt, in een martelgevangenis gegooid om een bekentenis te produceren en vervolgens afgemaakt. Zelfstandig denken werd gedefinieerd als: academicus, leraar, technisch geschoold, bril dragen, geen eelt op de handen hebbende en vervolgens iedereen anders.

S21 is zo'n martelinstelling. Ik schreef het al in Saigon, het is verbluffend hoe creatief de mens kan zijn als het om pijn toedienen gaat aan anderen, zeker als die niets terug kunnen doen en je zelf overtuigd bent van je superioriteit.

Alles wat er gebeurde werd nauwkeurig bijgehouden, foto’s en dossiers. Het zijn deze foto's die de waanzin van dat regime zo tot uiting brengen. Kinderen, vrouwen, mannen. Iedereen werd willekeurig opgepakt, tot zelfs mensen van het regime zelf.

Pol Pot is uiteraard in vrede overleden, te midden tussen zijn kleinkinderen.

In S21 mocht met niet doodgaan, dit was eigenlijk verboden, men had daar andere faciliteiten voor. Tegenwoordig noemen we dat de Killing Fields. Er zijn er talloze, sommige opgegraven en inventariseert, maar er zijn er nog diverse die in mijnenvelden liggen, of waarvan de graven zwaar vergiftigd zijn.

Het is alsof je in een oosterse versie van Bergen Belsen loopt, alleen werd iedereen die hier aankwam meteen afgemaakt.

Afgemaakt, want kogels waren te duur, dus werd de keel doorgesneden zodat men geen geluid meer maakte en vervolgens werd men, afhankelijk van de zin en mogelijkheden van de beulen, gedood door een mes, een bijl, een stuk bamboe, of wat er nog meer voor handen was. Hierna werd het lijk in een gat gegooid, rijkelijk bestrooit met DDT of een ander bestrijdingsmiddel. Dit had twee doelen, ten eerste hield het de rotting enige tijd tegen, je kunt tenslotte je werk niet in een lijkgeur doen, en ten tweede, er waren nogal eens mensen die toch niet helemaal dood waren. Ook hier deed het bestrijdingsmiddel zijn werk.

Al met al een heel sinistere plek. Enkele van de massagraven waren leeggehaald en de inhoud was "uit gesorteerd". Deze overblijfselen zijn in een Stupa midden op dit terrein bijgezet.


De middag is nog kort als we terugkomen. We trakteren ons na al deze menselijke ellende op een massage.

Morgen gaan we met de bus naar Siem Raep.

7 Mekong delta

Even voor achten komt er een mannetje op een brommertje aan. Hij komt na wat ruggespraak met de receptie naar ons toe. Is iemand van het lokale agentschap van het reisbureau. Hij komt melden dat de auto er aankomt en of informeert weer eens of alles tot nu toe goed verloopt. Auto rijdt voor, we hebben weer een 7 zitter voor ons tweeën, bagage word ingeladen, de chauffeur krijgt zijn instructies en we vertrekken. De chauffeur blijkt geen woord Engels te kunnen, waarschijnlijk de reden dat de agent iemand langs stuurde.

Trip van vandaag gaat naar Cai Be, alwaar een ecolodge gelegen moet zijn. Zal ruim twee uur rijden zijn. Wat valt daarover te melden. De wegen zijn redelijk tot goed. Verkeer is druk, maar daarmee val ik in herhaling. Langs bij de gehele weg is in meer of mindere mate bebouwing met nijverheid. Zo af en toe ook akkers met rijst, fruitbomen en zelfs wijngaarden.

Mekong is het landbouwgebied van Vietnam, goede grond en voldoende water. Weinig foto's gemaakt, alles als een film langs laten komen.

In Cai Be stoppen we op een pleintje, er staat al iemand van de lodge op ons te wachten. Het vervoer naar de lodge gaat per boot. Over de rivier varen we langs allemaal grote zandschepen, langs de kant wat handelsfirma in zand en grind, en wat scheepswerfjes, nou ja, meer een plek waar een bootje uit het water getrokken kan worden.

Lodge ligt dus aan de rivier, huisjes met een soort van whirlpool ervoor, een groot open restaurant en een heerlijk zwembad. Na het inchecken liggen we er meteen in, voordeel van vroeg vertrekken en een relatief korte reis.

Dit verblijf is inclusief eten en excursies. Het eten begint meteen goed, we krijgen een gefrituurde olifantsoorvis. Heel kunstig opgediend word het vel opengesneden en word het vlees met wat groen en noedels in een rijstpapier gewikkeld.

Wel lekker, maar relatief veel werk voor weinig vlees. 

Na de lunch weer even zwemmen en dan een fietsexcursie. Maar eerst even informeren of het feest bij de buren ook een einde heeft. We zitten midden in een karaokeshow. Nu is dat niet erg als het geluid wat beschaafd is en men kan zingen, maar geen van beiden. Het geluid is te omschrijven als het langzaam vermoorden van katten, geluid zelf zit ook tegen de pijngrens aan. Men kan er niets aan doen wordt ons verteld, maar als het na de excursie nog zo is krijgen we een andere kamer.   

We treffen het met de gids. De man is naar eigen zeggen een boer uit de omgeving, hij spreekt erg goed Engels, is attent en weet heel veel te vertellen. Onderweg worden diverse planten aangewezen en getoond, kapok, doerians, jackfruit, waterkokosnoot en het een en ander aan bloemetjes. Eerste stop is een school. Een klas heeft gym op het plein, we doen ze een groot plezier met het maken en tonen van foto's. Gids legt wat uit over het schoolsysteem, wat volgens hem sterk veranderd en verbeterd is sinds hij op school zat. Hij maakt zich echt zorgen over het milieu en ziet scholing als een middel om hier verbetering in aan te brengen. Volgende stop is een tempel. Maar onderweg komen we een pottenmaker, timmerwerkplaats en een varkensrokerij tegen. Hij stopt overal en probeert ons inzicht te geven in de wijze waarop met hier aan zijn inkomen komt.

De tempel is een pagode, deze heeft een dubbelfunctie. Naast het geestelijke heeft deze pagode een zorgfunctie voor gehandicapte wezen en demente ouderen.

De gids heeft dit werk nu 10 jaar gedaan en wij zijn zijn laatste klantjes. Hij wil meer thuis zijn om zijn boerderij wat verder te brengen en om voor zijn dochter te zorgen. Vanmiddag nog een kookworkshop en morgen een boottochtje naar de markt en wat huisnijverheid.

De karaoke is gestopt, wij gaan in afwachting van de workshop nog even bij het zwembad liggen.

Kookworkshop houdt in dumplings maken, loempia’s rollen en toezien hoe sweet en sour pork gemaakt wordt. Niet erg inspannend. Maar lijkt wel voor alles hier te gelden, men sjouwt de tassen, komt alles achter je aan brengen. Personeel loopt bijna een op een. Dit kan nooit een vetpot voor ze zijn. Morgen maar wat extra tip in de box doen.

Avondeten is deels wat we zelf gemaakt hebben. De nacht is rustig. 

Vroeg op, nou ja vroeg zeven uur eten en daarna met de boot naar de drijvende markt. Deze markt wordt steeds kleiner. De waterstand in de rivier is niet meer wat het geweest is. Dammenbouw in het buitenland houdt water tegen. De zee dringt de delta in. Dit heeft enige invloed op de landbouw, maar de echte reden dat de markt krimpt is het feit dat er steeds meer goede wegen in de delta komen. Men ruilt de boot voor een vrachtwagentje. Nog een rondgang op de land markt, deze staat vol met lokale producten, niet alleen groente en fruit, maar ook vlees, vis en bijv. lokaal gemaakt gereedschap.

Toer wordt voortgezet met bezoek aan een familiebedrijfje waar met van alles met rijst doet. Er wordt rijstwijn gestookt, rijstpapier gemaakt. Men maakt karamel en snoepjes, maar ook gepofte rijst.

Hierna nog een vaartochtje door een ondieper deel van de delta en dan wordt het tijd om terug te gaan. 

Vandaag staat er een verplaatsing van ruim 4 uur op he programma. Wederom met zijn tweeën in een personenauto. We gaan nu naar Chau Doc, daar slapen we en gaan daarna de grens over richting Cambodja. 

Wat valt er te vertellen over die verplaatsing, het is lang, je zit achterin een auto en je ziet alles vanuit dat perspectief. Maar je krijgt wel een idee van de uitgebreidheid van deze delta. Er worden diverse rivieren dan wel stroompjes overgestoken, dit zijn allemaal bruggen, groter of kleiner, maar de grootste oversteek is nog steeds met een ferry, er varen er een stuk of 10 van het type oude Velserpont rond. Naast de ferry-oversteek wordt hard gebouwd aan een brug. Mooi staaltje werk.


Vietnam zit er dus bijna op. Wat zijn zo de indrukken.

Het is een erg vol land, formeel wonen er in Nederland meer mensen per vierkante kilometer, maar het komt zo zeker niet over.

Het is erg groen, je stopt maar iets in de grond en het begint te groeien.

Het ontwikkelt zich in een vreselijk snel tempo. De oorlog is hier pas sinds 1980 over, na de Fransen, de Amerikanen, dan met Cambodja en nog een toetje toe met China. Na de oorlogen een Amerikaanse boycot die pas in 1993 opgeheven werd. 

Alles is nijverheid, het communisme is eigenlijk nergens te vinden.

Maar bovenal, de gemiddelde Vietnamees is uiterst vriendelijk en behulpzaam. Men is ondanks alles niet uit op fooien. Het is een trots volk.

Ik vermoed dat we hier nog wel eens terugkomen.


6 Saigon

Dag 1 richting Saigon


We worden richting Da Nang getransporteerd en ruilen op het vliegveld onze vouchers in voor instapkaarten. Volgens deze zitten wij bij een nooduitgang, dat is dus even mazzel hebben. Het vliegtuig heeft echter een half uur vertraging. Die doden we met kop koffie. Vietnam is overigens de op een na grootste koffieproducent. Koffie die we hier hebben heeft een aparte smaak. Wat moeilijk te omschrijven, kruidachtig en olieachtig zijn woorden die bij het drinken komen opborrelen.

Als het vliegtuig er is, kunnen we meteen boarden, niet dat dat enige zin heeft want na het boarden staan we met zijn allen in de slurf te wachten tot het vliegtuig schoon gemaakt is. Maar op de statistieken zal dit wel een ander kleurtje dan rood betekenen. De beloofde nooduitgang stoelen blijken voor de nooduitgang te zitten, krap, geen verstel mogelijkheid en geen raampje. Niet helemaal de mazzel die we dachten te hebben dus. Echter als de deuren gesloten zijn blijken er nog enkele plekken in de economy plus over te zijn en besluiten ons eigenmachtig te upgraden. Crew vindt het best en zo zitten we dan toch nog riant. Mazzel heeft af en toe een zetje nodig.

Op Saigon, na de Amerikaanse oorlog omgedoopt in Ho Chi Min, lijkt ons vervoer er niet te zijn. Na enige tijd wordt het rustiger met bordjes en papiertjes, maar onze naam staat er nog steeds niet bij. Dan komt er een klein mannetje binnen lopen met een stuk papier met onze naam erop. Hij blijft zich maar verontschuldigen, hij heeft het papier met de verkeerde kant voor gehouden. Heel andere namen dus. Maar we zijn weer onderweg, en wat is een uurtje nu op onze vakantie.

Hotel staat echt in het centrum van de stad, de indeling is wat typisch, gebouw heeft geen rechthoekig grondplan, maar iets met uitstulpingen en inhammen. Later horen we dat de grond hier meer dan peperduur is, en dat er op deze plek drie jaar geleden noch twee huizen stonden. Het is woekeren met de beschikbare grond en dus wordt alles gebruikt en gaat het gebouw stevig de hoogte in. De binnenstad is overigens toch een orgie van bouwstijlen, extreem modern tot uiterst traditioneel, luxe hoogbouw en eenvoudige laagbouw. Verkeer is een continue gebrom en getoeter. De drukte is echt extreem. Oversteken lijkt wel een kamikazeactie. En toch werkt het allemaal wel. Men houdt heel duidelijk rekening met elkaar. Je moet alleen wel duidelijk en brutaal genoeg zijn.

Met die attitude gaan we na het inchecken op stap. Gewapend met een kaartje gaan we op zoek naar de Notre Dame, een kleine kopie van het origineel. De kerk staat ruim in de steigers en is niet toegankelijk, niet vanwege de verbouwing, maar korte broeken worden niet toegelaten. Tot zover het ruimdenkende katholicisme.

Naast, tegenover is het hoofdpostkantoor, een schepping van Gustave Eiffel, je weet wel van die toren. De man heeft wel meer in Vietnam gebouwd, een van de bruggen in Hanoi was ook van hem. In het postkantoor een drukte van jewelst, niet alleen toeristen, maar ook gewoon klanten, het is nog steeds in vol bedrijf.

Hierna gaan wij op wat eten af. Ons is een foodcorner aangewezen op de kaart. Dit is een stuk grond, plein, soms overdekt, met een grote verscheidenheid aan stalletjes waar met eten maakt. Er is een gezamenlijke plek voor tafels en stoelen. Je kunt dus kiezen uit diverse soorten eten. Worden dit keer gefrituurde noedels. Knapperig, maar wat lastiger met de eetstokjes te vatten. Op de terugweg komen we toevalligerwijs een craft beer café tegen.

In het hotel een excursie voor morgenavond geboekt, fietssafari door de stad, waterpuppet voorstelling en dan eten op een boot. Morgen ook naar de tunnels van Cu Chi.

De dag zit er wat ons betreft weer op.


Dag 2 naar Cu Chi en avondtour


De receptie heeft ons gister doorgegeven dat de gids ons morgenochtend om 7:45 i.p.v. 7:30 ophaalt. Onze Peter van YourWay2Go heeft het allemaal goed voor elkaar. Knap vervoer, goede hotels, excursies zijn ook knap geregeld. We zijn ook al eens door de lokale agent gebeld met de vraag of alles tot nu toe naar wens verliep en het uitdrukkelijke verzoek om hen te bellen zodra er iets niet helemaal volgens plan loopt. Strakke organisatie.

Maar goed, de gids is er inderdaad op tijd, de bus staat aan de andere kant van de weg. Tijd voor de kamikaze-act dus.

We blijken de eerste te zijn, in totaal zullen er 10 mensen meegaan. De bus gaat op weg om de rest op te halen. Het gaat traag vanwege de spits en vanwege de eenrichtingsweg wegen. We komen in ieder geval nog een keer langs ons hotel en enkele malen heel erg in de buurt. Na nog twee hotels gedaan te hebben naar het kantoor van deze reisorganisator, daar pikken we de rest op. Groep is dit keer niet erg interessant, niemand doet enige moeite om contact te leggen of te beantwoorden.

Is een trip van ruim 2 uur naar de tunnels, uiteraard onderbroken voor een plas/koop pauze. Ditmaal bij een instelling waar gehandicapten lakwerk maken met eierschalen en paarlemoer. Is echt wel knap hoe ze de vormen uit figuurzagen, in de lak neerleggen en dan verbrijzelen. Hierna nog wat lagen lak en polijsten en er is weer een lakpaneeltje geboren.

Uiteindelijk bij de tunnels, deze zijn ietwat aangepast op het formaat van de gemiddelde westerling. Het is heel goed voor te stellen dat de Amerikanen nu niet zo'n tunnel indoken, 1: te krap; 2: donker en vol met boobytraps, vallen en Vietcong, 3: er zijn er teveel. In totaal ligt hier zo'n 250 km aan tunnels. Er wordt gezegd dat de tunnels tot aan Saigon kwamen.

De Amerikanen hadden in beginsel geen goed antwoord op dit verschijnsel. Puur geweld hielp in eerste instantie niet, de tunnels liggen tot dieptes van 10 a 15 meter, onbereikbaar voor bommen. Ze hebben gassloten, een soort van zwanenhalzen, zodat gas en rook ook niet overal kwam. Alleen het eerlijke handwerk was eigenlijk toereikend. In eerste instantie door Australiërs die met ware levensverwachting de tunnels ingingen, naderhand door speciale commando's tunnelratten genoemd.

Het blijft onvoorstelbaar wat hier gebeurd is. Een groot gebied, "aangewezen" als een plek waar op alles en iedereen geschoten of gebombardeerd mag worden.

Na zelf het gevoel van de tunnels geproefd te hebben gaan we blij dat we dit in vredestijd mee mogen maken, terug naar het hotel.

Tegen halfzes worden we met fietstaxi's opgehaald voor een tochtje door Saigon. Het aantal deelnemers bedraagt 2. Een soort privé-tour dus. We slingeren, letterlijk want je voelt iedere pedaalslag als een schommeltje, door de drukke straten en eindigen bij het waterpoppentheater.

Hier maken we een voorstelling van bijna een uur mee. Wat moet je je daarbij voorstellen. In plaats van een podium een bak met water waar een decor in staat. Aan weerszijden in totaal 6 musici die de verhalen voorzien van spraak, zang en muziek. De poppen zelf worden met bamboe-staken en draden bewogen. Dit gebeurt allemaal onderwater, zodat je de poppen op de waterlijn ziet bewegen. Diverse taferelen uit de overlevering, het normale leven op het platteland en sprookjes worden uitgebeeld. Mannetjes, vrouwtjes, danseressen, vissen, draken, eenden en boten komen voorbij. Aan het eind laten de poppenspelers zich even zien, deze hebben dus de gehele voorstelling achter het decor in het water gelegen.

Leuk om mee te maken, we noteren het maar het zal geen vervolg krijgen.

Na deze voorstelling worden we met een auto naar een klaarliggend "cruiseschip" gebracht. Zodra we aan boord zijn wordt de reis aangevangen. De boot heeft 3 verdiepingen vol met eten en drinkende mensen. Om ons heen horen we voornamelijk Frans en Italiaans blaten. Wat kan dat volk op vakantie toch een decibels produceren. We kwamen in de trein naar Hue zelfs een Française tegen die daar min of meer schande van sprak.

Maar we hebben een tafeltje bij het open raam, kunnen mooi naar buiten kijken en het is koel. De cruise bestaat uit het op en neer varen in de rivier Saigon, dus km ene kant op, draaien, 2x km andere kant op, draaien, km terug en weer aanmeren.

In de boot een orkest waarvan wij voornamelijk de drummer en de fluitist horen, zij spelen een dek lager en dat is maar goed ook, want ondanks de decibellen van onze mede-Europeanen, komen zij er luid en duidelijk overheen. Het wordt daar een gezellige boel.

Nadat we aangelegd hebben worden we weer in een auto gehesen en gaan richting hotel.

We hebben nu ook een idee van Saigon in de avond. Druk.


Dag 3


Vandaag hebben we niets geregeld, we gaan wat musea bezoeken. Eerste is het War Remnants Museum, eerder bekend onder de naam Museum of Chinese and American War Crimes. Deze naam dekte de lading beter, maar ligt tegenwoordig politiek niet zo lekker. We gaan lopend heen, kost ongeveer een 30 minuten, we snuiven de sfeer en de uitlaatgassen op. Het is een en al bedrijvigheid op straat. Overal mensen die met koken, kraampjes of bandenplakken hun brood proberen te verdienen. Alles in Saigon is business, zelfs in het museum staan stalletjes met excursies en zijden sjaals.

Het museum is overweldigend. Het onmenselijke geweld gilt je tegemoet vanuit de foto’s. Nu zal het ook wel zo uitgekozen zijn, maar het maakt het allemaal niet minder waar en triest. Er is een afdeling met foto’s van in de strijd omgekomen persfotografen, vanaf de Franse tijd tot de ontruiming van de Amerikaanse ambassade in Saigon. Meest aangrijpende is de tentoonstelling over Agent Orange. 2,4,5-T was een uitstekende onkruidverdelger. Zorgt ervoor dat planten hun blad verliezen. De Amerikanen hebben tonnen van dit spul uitgestrooid over de jungles van Vietnam, zodat de Vietcong het voordeel van het dichte bladerdak zouden verliezen. De naam Agent Orange kwam van de oranje kleurstof die toegevoegd was zodat met eenvoudig kon zien welk gebied al "behandeld" was. Het spul werd op grote schaal geproduceerd in Amerika maar ook bij ons in Nederland, in het bijzonder door Philips Duphar op het Hem-eiland in Amsterdam.

Bij de productie op grote schaal kwamen er ook dioxines vrij, een van de vergiftigste stoffen die er bestaan. Daarnaast breekt het ook niet af en blijft het voor lange tijd in het milieu achter.

Agent Orange veroorzaakt onder andere chlooracne en kanker, daarnaast is het reprotoxisch. Er zijn hier dan ook duizenden kinderen geboren met open ruggen, waterhoofden, misvormingen aan benen, ogen en noem het maar op. En dat houdt niet op bij de eerste generatie die met dit spul in aanraking kwam.

Al met al een museum waarin ik wel erg terughoudend ben om foto’s te nemen. Bij sommige stands zitten ook daadwerkelijke slachtoffers. De rillingen lopen je over de rug. Temeer als je lees dat Amerika wel een (kleine) schadevergoeding heeft toegekend aan hun eigen mensen die de wrange vruchten van dit spul mochten plukken, maar de aanspraken van Vietnamese slachtoffers niet erkend.

Buiten hebben ze als kers op de taart ook nog een gevangenis nagebouwd. Ook hier word je met de diep duistere kant van de mensheid geconfronteerd. Wat zijn we zo af en toe toch uiterst creatief en ingenieus als het gaat om het martelen van mensen die nu niet geheel in jouw straatje denken. Geef mensen een reden om andere mensen te verachten of te haten en ze komen echt met de aardigste methodes om hun tegenstanders te doden of op zijn minst zoveel mogelijk pijn en leed te berokkenen.


Hierna naar een heel ander soort museum, Fito. Het is gewijd aan de oorspronkelijke Vietnamese natuurgeneeskunde en is hiermee het tegenovergestelde van het vorige. Het gaat hier om de mens in een zo goed mogelijke balans te brengen.

Gaat uit van taoïstische beginselen. Schijnt dat er een Vietnamese arts geweest is die het gebruik van kruiden etc.  op een systematische wijze begon toe te passen. Hij hield bij wat hij waarbij gebruikte, hoe er op gereageerd werd en kwam zo tot een complete atlas van ziektes en aandoeningen en de remedie hiervoor. Hij heeft dat ook daadwerkelijk op schrift gesteld en deze atlas wordt nog steeds in Vietnam en omstreken gebruikt. Het museum wordt min of meer uitgebaat door een firma die deze medicatie maakt en wereldwijd verkoopt.

Tour begint met een film over de historie en daarna worden we in een kleine groep (5 mens) door het museum geleid.

Alles heeft zijn plek en kleur, sommige getallen brengen geluk, sommige kleuren zijn goed. In een apotheek zijn 9 bij 9 kasten, want 9 is een goed nummer. Gemberthee is goed, maar mag niet na vijven. Gekko's worden in alcohol getrokken en die alcohol is dan goed om je gewrichten in te smeren. Er zal gegarandeerd een kern in zitten, maar mij gaat het af en toe te ver. Maar als tegenwicht voor vanmorgen is dit zeker aan te raden. Het museum is een erg mooi oud gebouw, overdadig gedecoreerd, schitterende oude voorwerpen die allemaal met het thema natuurgeneeskunde te maken hebben, van de kruiden tot de stampers, van de weegschalen tot de flesjes. Ook een aanrader.


Vervolgens in de taxi naar het Bitexco Financial Tower. Het hoogste en spraakmakende gebouw in Saigon. Hier gaan we de stad eens van boven bekijken. Het is een combinatie met de Heineken experience, hebben we dat ook maar eens meegemaakt.

De lift brengt ons in no-time op de 49e etage, we kunnen helemaal rondlopen en krijgen nogmaals, maar nu in een oogopslag, een indruk van de uitgestrektheid van Saigon. We herkennen diverse plekken, zien de Saigon rivier door de stad meanderen en het verschil tussen de bebouwing, de gelikte hoogbouw en de soms wat armoedige laagbouw. Nette dakpannen en roestige golfplaten. Krotten en huizen met een zwembad. Het verschil is groot maar liggen naast elkaar.

Over de Heineken experience kan ik kort zijn. Freddy Heineken, pils, voetbal en autoracen. Ik kan het niet allemaal rijmen, maar een koud pilsje op de 60e verdieping. Och het gaat er na zo'n inspannende dag wel in. Snappen doe ik de experience overigens niet. Is dat het erbij zat, had het zelf nooit uitgekozen.

Terug naar het hotel, dit verhaal tikken, foto's uitzoeken, plaatsen en dan wat eten.

Morgen gaan we richting Mekong, we zitten nu al op 40% van de vakantie.

Time sure flies when you're having fun.

5 Hoi Ann

Hoi An is eigenlijk een beetje als Enkhuizen of Hoorn, rijke historie door handel en zeevaart. Er staan hier erg veel oude huizen, stijl is gemengd. Hoi An had een grote gemeenschap Japanners en handelde ook veel met China, al die invloeden vind je terug. Enkele van die huizen zijn nog huis, de meeste zijn luxe winkels geworden, overigens met behoud van het authentieke uiterlijk. Al dit grotendeels geconcentreerd op een klein stukje grond, Old Town geheten. Om in de originele gebouwen en tempels te komen heb je een voucher nodig, met die aanschaf steunen we de instandhouding.

Zo als gezegd, veel mooie oude huizen, maar de inhoud is eigenlijk gelijk aan iedere andere toeristenplek, winkels, eten drinken en bookingskantoortjes voor tripjes. Wel heel fijn is het feit dat de oude stad afgesloten is voor verkeer. Auto's komen niet voor, zo af en toe een hardnekkige brommer, en natuurlijk hardleerse fietsers.

s ‘Avonds beginnen de straten ook te leven, er worden tafeltjes en krukjes neergezet, men sleept er een gasfles en wat branders naar toe en start een restaurant. Ze hebben aan klandizie niet te klagen.

Wat doen we nu zo'n eerste dag? Nou eigenlijk is het een luierdag.

Wat uitslapen, de stad in, beetje tempel hoppen, huisjes kijken en biertjes drinken. We boeken een toer voor morgen richting My Son, oude Champa tempels, denk aan een Angkor Wat in het klein, lopen naar een bookingskantoor om daar een fietstocht richting platteland te regelen. Deze tour wordt gedaan door studenten om hun Engels te oefenen, onze point-it ligt voor de zekerheid al klaar.

Terug in het hotel wat zwemmen, doen een koffieworkshop (nou ja, een kwartier naar een koffiefilter staren eigenlijk), doen wat hapjes en nemen wat rijstwijn. Eigenlijk een normale vakantiedag.

s ‘Avonds nog wat eten en dan de oogjes tevree toe.

Dag 2 in Hoi An

De volgende ochtend is dan de tocht naar My Son, ruïnes van het Champa rijk.

Onze gids is Lucky en onze chauffeur To, en dan blijkt het vandaag ook nog nationale geluksdag in Vietnam te zijn.

Niets kan ons in de weg staan, het is een goede dag om dood te gaan, te trouwen, geboren of begraven te worden.

Maakt niet uit, dus ook een goede dag om een excursie te doen.

De ruïnes zijn echt ruïnes, het oerwoud en de tand des tijds hadden al een redelijke slag gemaakt, maar de doodsklap kwam van de Yankees, die vonden dat de Vietcong, die in de tempels en ruïnes schuilden, daar niets te zoeken hadden, en dus werden ze middels bommen, M50 en lichter kaliber gemaand te vertrekken.

Al dat rondvliegend metaal en explosies zijn niet echt goed voor de constructies te noemen.

Momenteel worden er weer wat gerestaureerd door India, Italië en zowaar ook Frankrijk. Dat laatste land heeft het daar eigenlijk makkelijk mee, ze hebben veel van het originele beeldhouwwerk tenslotte meegenomen naar huis.

Weer veel andere info, waar we jullie niet mee lastig vallen. Alleen dit, de Champas hebben het er zelf een beetje naar gemaakt, kaste systeem, onderlinge strijd etc. Er schijnen er nog van te bestaan, wellicht komen we ze in Cambodja tegen.

Als we terugkomen ligt er een beest en een rol papier op het bed. Happy dreams. 

Dag 3 in Hoi An.

We zijn eigenlijk wel blij dat Peter, onze reisadviseur, Hoi An hoger inschatte dan Hue. Stad is inderdaad veel vriendelijker, compacter en je blijft je ogen uitkijken. Vandaag staat er de fietstocht op het programma. Gisteren ook de was laten doen bij Mevrouw Van, ze verhuurt ook fietsen, dus nadat we gisteravond de was weer opgehaald hebben, wat overigens belachelijk goedkoop is, meteen ook de fietsen bekeken en vastgelegd. Om 8 uur worden we aan de andere kant van het plaatsje verwacht, dus om 7:30 vertrekken we die kant op. Vrouw Van staat al op fiere wacht en komt aanlopen zodra ze ons spot. Vietnamezen zijn gedienstig, maar ook happig op elk soort handel. Geld is best wel belangrijk. Dit komt zelfs terug in de vlag, een rood vlak met een gele ster. Rood staat voor kracht, lang leven etc, geel voor goud, geld en welvaart en de ster moet er nu eenmaal in als je een zichzelf respecterend communistisch land bent.

Overigens is van dat communisme weinig te merken als je als toerist zo hier rondbanjert. Ook in gesprekken met mensen merk je weinig van een warm, voor zijn onderdanen dienend land. Pensioenen zijn laag en eigenlijk moet je of doorwerken of je familie moet voor je zorgen. Banen bij de overheid zijn alleen te krijgen via een kruiwagen, dus relaties of gewoon geld. Wat dat betreft niets nieuws onder de zon, gewoon een degelijk 3e wereldland.

Maar terug naar de fietstocht, we passen en testen de fietsen, keuren er een af vanwege een aneurysma op de achterband. Met twee redelijke fietsen, het kraakt en piept allemaal wat, gaan we op weg. We snijden als een heet mes door boter door het verkeer. Al dat observeren betaald nu uit. Je kan ook zeggen dat het niet echt druk is en de rest van de weggebruikers goed anticiperen, maar dat doet ons ego minder goed.

Bij het bookingskantoor onze gidsen van vandaag, een jongen Russ en een meiske Jess. De jongen doet voornamelijk het praatwerk en het gaat hem goed af. Naderhand blijkt dat hij ook enige tijd in Australië geweest is op uitwisseling.

Het meisje is nog wat schuwer, dit is horen we van Russ haar eerste keer. De groep breidt zich uit met een Canadese, een Colombiaanse en een Engelsman. Er zouden er meer komen, maar die komen toch niet en zo vertrekken we met zevenen.

Eerste stop is de pont. Dit is niet te vergelijken met de Velserpont, de pont bij Akersloot of een van de zelfbedienende pontjes op de pontjesroute. Dit zijn oude houten pramen met al dan niet wat houtwerk ter afscherming, een zorgvuldig dichtgemaakte zak met zwemvesten achterop en een bonkende, roetende diesel ergens in de ingewanden.

Op de pont worden de fietsen op de voorplecht gezet, er wordt een stapel plastic stoeltjes, het soort wat bij ons op sommige kinderfeestjes gebruikt wordt, neergezet en wij zijn klaar voor de overtocht. Deze tocht duurt een kwartier of zo. Op de rivier diverse andere drijvende objecten, van vrachtboten tot drakenboten, maar dan zonder trommel.

Aangekomen aan de andere kant meteen het eerste bezoek, een scheepswerf. Ze zijn hier in staat om een boot te bouwen, uitgaande van wat bomen. Er is een zaaginstallatie, een lier om schepen uit het water te halen en enkele dwars transporten.

Alles heeft echter zijn beste tijd gehad en men legt zich nu voornamelijk toe op het oplappen van boten. Die boten zijn van 5 tot 10 meter lang, dus niet echt Titanic achtige objecten.

Na de scheepswerf stukje fietsen en vervolgens naar een huis waar de vrouw des huizes en haar dochter slaapmatten weven op een primitief weefgetouw. Het mat is van touw en gekleurd gras. Dit wordt tussen de schering gebracht met een lange stok. Er wordt een stukje gras aan de punt gewikkeld en dan door de touwen naar de andere kant gebracht. Dit gaat met een verbazend gemak. Als wij het mogen proberen is zelfs het aanbinden van het gras moeilijk, laat staan het door de kettingdraden manoeuvreren van de "schietspoel". Na dit vermaak wat thee en crackers, Russ geeft ons wat geld wat wij vervolgens aan de dames geven en met een "c?m ?n b?n", dank u, gaan we onderweg naar de volgende ervaring.

Dit wordt een spirituele, een familie tempel. Een tempel voor mensen met een bepaalde achternaam. Uitleg van eenhoorns, draken, feniks, schildpadden en slangen, alsook het belang van 5 treden bij een tempel en dan nog een stapje bij de deur zelf. Je begrijpt de draak etc. hebben allemaal specifieke eigenschappen die de tempel tegen onheil beschermen door kracht, intellect, levenslust etc. Zie het maar als een firma Securitas maar dan voor de geestenwereld. De trapjes zijn de stadia van het leven, geboorte, opgroeien, oud zijn, sterven en weer terugkomen in de een of andere vorm. Russ raadt ons dan ook aan om de treden een voor een te nemen en er geen over te slaan.

Het opstapje bij de tempeldeur is een psychologische. Je wordt daardoor gedwongen om te buigen. De geesten stellen dat zeer op prijs. We nemen wat foto’s, offeren een klein bedrag, aangereikt door Russ en gaan op de volgende attractie af. 

Dit blijk het huiselijk vervaardigen van rijstpapier en noedels te zijn. De rijst wordt geweekt, gemalen en die melk wordt op een stoomplaat of zo uitgewreven. Na een minuutje heeft het een iets stevigere consistentie en word het met een stokje van de plaat afgehaald. Als er genoeg zijn worden dit of noedels of vellen voor loempia’s, die hier hardnekkig spring rolls genoemd worden. Zouden onze Vietnamezen op de markt het dan verkeerd hebben ?

Ook weer een organoleptische proef van het bereide product en we vertrekken naar via nog wat fotostops richting pont.

Onze originele pont is wat anders aan het doen, wellicht een rondvaart met toeristen of misschien een vrachtje.

Er ligt wel een ander platbodem en die kan ook uitstekend pont spelen. Deze heeft echter geen reddingsvesten en ook geen stoeltjes. Zeg maar authentieker. De diesel is een oude Bedford en de koeling bestaat uit een slang waar zo af en toe wat water uit de rivier in gegooid wordt en waar stoom en waterdruppels uit ontsnappen. Maar het werkt en gezapig knallend halen we de overkant.

Over de markt naar een koffietentje om deze excursie te evalueren.

Nu het gezelschap was uitstekend, de Canadese was een geriatrische hippie die nu al enkele weken voor in een kattenhotel werkte. Haar eigenlijke beroep was teacher op een highschool, waar ze de studenten researchtechnieken bijbracht. Met haar 55 is ze op vervroegd pensioen gegaan, verhuurt haar huis en reist in haar eentje en op haar gemak de wereld rond.

De Colombiaanse lust ook Cavia's, was dol op katten en kende het hotel dan ook. Ook iemand die voor langere tijd in Vietnam en dit geval Hoi An bivakkeerde.

De Engelsman was een IT-manager, kon ook met 55 op vervroegd pensioen omdat er een reorganisatie was, was nu brouwer. Kan ik me wel in vinden, kortom moet wel een prima persoon zijn ;>) De man wilde al meer dan 20 jaar naar Vietnam, maar zijn vrouw vond het niets, hij is nu 65 en kreeg nu zijn AOW, extra geld en bedacht het is nu of nooit. Kortom vrouw blijft op het huis passen en hij er een week of twee tussenuit. 

Russ was duidelijk, wist van alles en Tess moest wat geholpen worden.

Kortom een goede ervaring en nog nuttig ook voor enkele gezinnen en zeker voor Russ en Tess.

Na de koffie hadden wij wel trek, loopt tenslotte tegen drieën en zijn dus al een tijdje in de benen. We horen goede berichten over een bami tent. Op Google staat broodjeszaak. Als we daar aankomen begrijpen we dit onmiddellijk.

Wij horen bami, maar het is Banh mi, en dat staat voor broodje. Gevuld met kip, varken, groente of een mix daarvan,

Het smaakt meer dan behoorlijk, je kan de Franse invloed op dit soort momenten alleen maar toejuichen. Een uitstekend stukje stokbrood zeg maar.

De Engelsman had vergelijkend warenonderzoek gedaan en raadde ons een café aan de rivier aan waar ze volgens hem een goede IPA schonken. Na een half uurtje konden we dit alleen beamen.

En ja er was ook een museum met echt schitterende foto’s van etnische minderheden in Vietnam. Mocht je in Hoi An komen, ga dan even langs het Precious Heritage Art Gallery, is gratis (altijd goed bij Hollanders) en echt de moeite waard. Google anders even op Réhahn's Precious Heritage Collection.

Aan alles komt een eind, dus ook aan deze tour en ook ons verblijf in Hoi An.

Zal wel aan de naam liggen Hoi An, maar wij hebben hier genoten. Relatief klein, overzichtelijk, vol aardige gebouwen, leuke activiteiten, uitstekend hotel en wederom aardige mensen.

We moeten dit maar niet als onze standaard verwachting instellen, het zou dan gauw kunnen tegenvallen. Nu nog even de koffers (om)pakken, kleine hapje en dan gaan wij QRT.

73s en voor wie het aangaat 88


4 Richting Hoi An

Voor 8:30 stappen we de lobby in om uit te checken en onze gids voor vandaag staat al te wachten. Nou ja gids, het is een Vietnamese jongedame, komt bij Anneke geeneens tot de schouders en ze luistert naar meerdere namen, maar wij houden het bij Pat. Pat is van origine een lerares en ze kreeg de kans om in de USA een master education te doen. Haar Engels was toen nog niet toereikend en daarom heeft ook een jaar Engels gedaan. Al met al een goed verstaanbare Vietnamese dus.

De auto rijdt voor de chauffeur helpt de tassen in de achterbak te doen en even later rijden we door de buitenwijken van Hue. Ook de chauffeur spreekt wat Engels, het gaat dus een informatieve dag worden nemen we ons zo voor.

Pat neemt het programma van de dag nog even met ons door, het is niet alleen een verplaatsing, neen, ook aan natuur, cultuur en lokale gebruiken is gedacht. We gaan richting Da Nang, dit is een grote stad, naar inwoners de derde in Vietnam. Da Nang is eigenlijk groot geworden nadat de Japanners en Europese handelsnaties over grotere schepen konden beschikken, daarvoor was Hoi An de grote handelsplaats met onder andere Japan. We spreken dan over de 18e eeuw. De Fransen breiden dat uit en ten tijde van de Amerikaanse oorlog werd Da Nang een grote Amerikaanse basis met alle voor en nadelen die dat met zich meebrengt. Op het vliegveld zijn nog duidelijke sporen te zien.

Wrang genoeg wordt Da Nang nu overgenomen door Chinezen, in plaats van een oorlog huren zij grote stukken grond voor 50 tot 80 jaar en plempen daar wanstaltig grote hotels en flats op. Van iets als een welstandscommissie hebben ze nog nooit gehoord.

Maar we zijn daar nog niet, eerst gaat de reis over de enige snelweg die Vietnam rijk is. Deze 1A, is een soort van levensader die door het land loopt, overal zie je nijverheid, winkels, industrie en ook zo af en toe nog wat landbouw. Het lijkt soms wel een langgerekte lintbebouwing. In het begin zien we poelen, die met wat fantasie als grote kweekvijvers gezien kunnen worden, vragen hiernaar en inderdaad, het is voor kweekvis. De chauffeur kan hier niet stoppen vanwege de drukte op de weg. Naast auto’s, vrachtwagens en bussen ook weer dappere brommertjes. Onder bruggen wordt geschuild, bij regen, maar hebben ook mensen weer een handeltje en wellicht een droog onderkomen.

Op een gegeven moment zeggen we de snelweg gedag en draaien af richting een lagune. Hier worden oesters gekweekt op oude brommerbanden. Oude vrouwen langs de weg openen deze oesters zodat alleen het vlees verkocht kan worden aan de restaurants. De schelpen worden verbrand en zo tot kalk omgevormd. Iets verder zijn kweekvijvers waar garnalen in gekweekt worden, en weer wat verder is men in de modder op zoek naar schelpdieren.

Het verklaart wel waarom dit soort zeefruit hier in Vietnam zo goedkoop is.

We rijden nu een stuk over de oude snelweg, een oude bergweg, door de Fransen verbeterd en verbreed. Deze weg wordt nu minder gebruikt, hij gaat namelijk over een hoge pas. De snelweg zelf heeft sinds enige jaren een tunnel door de berg, gebouwd in samenwerking met Japanners en Koreanen. Het maakt de trip een halfuur korter, maar wij gaan voor het uitzicht.

Dat valt overigens een beetje tegen, nogal wat mist. Maar toch een aardig gezicht, de zee, het strand en de bergen.

Bovenop is het vrij druk, het is blijkbaar ook een favoriete plek om bruidsfoto’s te maken. Op de top staan enkele torens en andere fortificatie. Op weg naar beneden krijgen we al een goed zicht op Da Nang, zoals gezegd een redelijk grote stad.

Hier gaan we een museum bezoeken dat gewijd is aan het Cham-volk. De Cham waren een oud volk dat in een groot deel van Midden-Vietnam woonde. Woonde, want zij zijn vakkundig uit gefaseerd door de Vietnamezen. Net landjepik. Een oorlog en om de vrede te bezegelen een stukje Champa naar Vietnam, dan weer een conflict en weer een stukje, een koninklijk huwelijk en als bruidsschat weer een stukje richting Vietnam, dan een koning zonder opvolger en dus ook het laatste stukje Champa pleite.

Maar ze hebben wel veel achtergelaten in de vorm van beelden, een mengeling tussen hindoe en boeddhisme, dus een Shiva met een boeddha-hoofd. Erg veel informatie, te veel om hier op te tikken, bekijk de foto’s maar.

Na een lunch door naar de Marmerberg, een van de vijf bergen die de vijf taoïstische elementen verbeelden, water, vuur, aarde, metaal en hout. Aan de voet van de berg erg veel steenwerkers, die natuurlijk erg graag zien dat je hun producten koopt en meeneemt richting huis. Daar dit meestal het bagagegewicht op een reguliere vlucht overschrijdt, bieden ze ook aan om het naar je huis te verschepen. Wij doen er maar niet aan mee. De Marmerberg zelf gaan we op via een lift. Op de berg weer de gebruikelijke tempels, de trappen omhoog, en dus ook omlaag hebben een tiental treden dan een vlak stuk, een tiental treden, weer een vlak stuk enzovoorts. De reden hiervan is dat de zuster van een van de koningen non geworden was, daar woonde en de koning zijn zus zo af en toe wilde bezoeken. Nu zal een koning de trappen niet zelf bedwingen zoals wij stervelingen doen. Neen, hij wordt in een draagstoel vervoerd en de vlakke delen geven de drager de kans om af en toe wat bij te komen.

We kunnen ook nog naar een markt, maar daar bedanken we voor, heel Vietnam is eigenlijk al een soort markt. We willen nu wel richting hotel, loop tenslotte al tegen drieën en het zwembad lonkt.

Hotel is meer dan luxe te noemen met tal van extraatjes. Net voordat we het zwembad in willen plonsen horen we muziek uit de tuin komen, even polshoogte nemen. Blijkt er iedere middag een proeverij te zijn met allemaal traditionele hapjes.

Laten we ons niet voorbij gaan natuurlijk. Stukje zwemmen en dan gaat de zon alweer onder.

Het schijnt s'avonds erg mooi te zijn in de oude stad, zo'n 500 meter van het hotel. Dus ook die kant op. Dit is eerst wel even schrikken, heel veel lampionnen, wat niet vreemd is, daar Hoi An daar (ook) bekend om staat, een complete avondmarkt, een rivier vol verlichte bootjes een straten die overlopen van de mensen. We lopen gewoon wat rond, proeven de sfeer en wat bier. Daarna is het wel welletjes en beginnen we de tocht richting hotel. We komen langs een plein waarop wat bamboe platformen staan en het een drukte van jewelste is. Nieuwsgierig als we zijn toch maar even kijken. Er lopen wat mensen rond in traditionele kledij, er staan muziekinstrumenten, er is een soort podium. Het enige wat we niet kunnen rijmen zijn de soort kaasplankjes met tekeningen waar allerlei mensen mee zitten. Op een gegeven moment beginnen een dame en heer te zingen, een soort voorstelling denken wij. Maar op een gegeven moment loopt er ook een dame met een plank met een tekening rond en beginnen andere lieden gele vlaggetjes uit de delen. En dat alleen aan sommige mensen die een kaasplankje hebben.

Het gezang gaat door en wederom loopt de dame met een plank met een andere tekening rond.

We zijn dus op een Vietnamese Bingoavond terecht gekomen. Het gaat zo een keer of vijf en dan moet de bingo vallen. Er worden rode vlaggen uitgedeeld en iedereen die twee gele en een rode vlag heeft kan zijn prijs ophalen.

Na dit geslaagde hoogtepunt gaan we slapen. Morgen verder